knikkers in zwarte dekens
’t gaat hier over de planeet Aarde
die al eeuwen lang op een draaispit
zen zit te wezen als een bejaarde
het landschap is een korstige huid
waarop cosmologische dermatologen testen
hoe de eeuwigheid der natuur te doorbreken
alsof er een zoveelste in de verleiding is
om een denkbeeldige dorst te lessen
terwijl de waterspuwers ’t water braken
schreeuwen mensen van de vele daken
dat de koek weer eens te robuust is
dat ze ’t dan ook niet meer gewoon vinden
waar ik allemaal niet aan denk
terwijl ik streetfood probeer, zo hier en daar
vind ik het ene wel lekker, maar al ’t andere
zo leeft men op deze wereld
en er zijn er ook bij – die leven
tussen smetvrees en schrobangst
alleen de Aarde leeft het langst

