een beeld van de toekomst
tuigen bungelen harmonieus over de klip
al deinende op ’t klotsende water
van de zilte zee
er zwemt een skelet – daar
in de inmense afgrond
ik hoor hem ratelen op ’t eb
en zeggen dat ik een schoffie zou zijn
gelukkig is ’t geen vlijmscherp oordeel
gezien ik een oermens had kunnen zijn
met ’t laatste computerscherm ooit

