ergens ben ik in ’t huis
ruig beuken de droppels
van de weerzinwekkende regen
op de tegels van de straat
gelijk met de bassline
de tintelingen op ’t vensterraam
zijn een geheimzinnig melodie
en zo vormt alles gezamenlijk
een uniek prachtige symfonie
is ’t nou echt zo gebleken – dat
alleen mij dit opvalt
ik weet dat er meerderen zijn, zoals ik
buitengewone mensen al luisterende
tijdens dit magistrale moment
