constante onkunde
als het water rond een onbereikbaar eiland
kan ik het schone zien van de dichte bossen
maar de kennis die ik opdoe valt als zand
waar geen modder mee te wrijven is
kan ik meer zien dan dikke stammen en
schelpen die met hun schittering lonken
wat bevindt zich achter die houten muur
waar is het handvat, ik voel de peinzing
in het diepst van de aarde bonken
aardgeesten, aardmannetjes slaan tegen de pendel
prikkelen m ’n zintuigen en leiden me af
van het algehele geheel en wat ik
van mezelf verwacht te kunnen
het heeft mijn naam en is een deel van me
is niet definieerbaar of te plaatsen
zolang ik leef, leeft het
er is dan ook geen meer of minder
ik stuur het en kijk door een andere bril
wanneer het wel en wanneer het niet wil

Plaats een reactie