Bert Hermanus
er was eens, lang geleden
in een land hier ver vandaan
een vervallen varkensboerderij
daar woonde, in z ’n lederen overall
een man met ongeschoren aangezicht
scalpelskaal als een biljartbal
zijn naam was Bert Hermanus
hij had een heel oud vriendje
die het ontstaan van de wereld kende
die luisterde naar de liefkozende naam
Sjappie
elke dag begon Bert aan z ’n klusjes
terwijl hij Sjappie de wildste verhalen vertelde
hondstrouw hoorde hij ze allemaal aan
om bij het ontbijt wat extra’s te krijgen
toast, gebakken ei en spek
Bert Hermanus de lekkerbek
was zo opgewekt als een dorpsgek
hij was gek van het verdriet
een last sinds zijn Hermelien
het leven liet, voor wat het was
elke avond ging hij sedertdien
naar het bruin café met Sjap
alwaar hij zijn eigen kinderstoel en tafel had
om somber met wat borrels
in het niets te staren
of telde hij de zandkorrels
zestien lange jaren geleden
ontvluchtten zijn kinderen het kot
weg van de stemmen en geruchten
op een dag zag de bakker hem
met ontbloot bovenlijf en viervoeter
in de magische bossen ronddralen
na veel gezwoeg en geploeter
was het nacht en stormachtig geworden
de varkens braken uit hun kotten
en lieten Sjappie in diens eigen darmen rotten
Bert, krankzinnig als hij was
rende met een duizelingwekkende pas
bij zijn voordeur had bliksem hem getroffen
de ouwe varkensboer Hermanus versteende
waarna de wind het standbeeld brak
werd zijn as verstrooid over de straten
en elk dak

Plaats een reactie