zo vies was ’t niet hoor

zo vies was ’t niet hoor

laten we beginnen
met ’t waarom ervan
al deze rare kwesties

onontkenbaar ligt ’t hieraan
de opvoeding – en
te veel mandarijntjes
vaak niet eens opgegeten

een portemonnee
vol rozijnen en krenten
’t werkgeluk bied niets
geen verandering
geen voldoening
of inbreng

hier stagneert alles
de vooruitgang
’t enthousiasme

bij elke aanraking
weigert er wel iets
in de ander