wat een oppervlakkig kreng

wat een oppervlakkig kreng

hoe treurt men zich treurig
tot elke gegeven blik
even gevoelloos ontvangen is

strooi hier en daar met aarde
zoals ’t zand van de slaap
geen geijkte associaties oplevert

ik ben me ervan bewust
dat er stiekeme korrels zout
tussendoor glinsteren – als
ontiegelijk kleine ogen

’t is nooit traditioneel geweest
zoiets zal ’t ook niet worden
prijs uzelf gelukkig
oh goddelijke geliefde – want
ik zie in al uw glorieuze verschijningen
ver boven alles, een zuivere esthetiek